We zijn laat. Eigenlijk altijd op donderdag, maar deze keer moeten we echt rennen.
Tussen de druppels door hollen we langs de geparkeerde auto’s en het bruggetje over.
Gelukkig, er zijn meer kinderen die net aankomen. Op het schoolplein houd ik haar staande. “Even een op de foto van je maken, dan kunnen we straks zien of je er anders uitziet”.


Het is de laatste dag voor de grote vakantie.
Vandaag wordt het Meisje omgetoverd van onderbouwer tot middenbouwer. Straks gaat ze met nog vijf kinderen onder een groot laken. Dan zal de juf de toverformule uitspreken en als het laken weer weggehaald wordt, zijn ze alle zes middenbouwers.
Op de montessorischool waar ze heen gaat, zitten groepen 1 en 2 in de onderbouw bij elkaar. Daar is ze nu een oudste, die de kleintjes helpt. Na de zomer, in de middenbouw, waar groep 3, 4 en 5 bij elkaar zitten, is ze weer een jongste, maar ze voelt zich groots. Dat bleek tijdens het gesprek vanochtend bij het ontbijt: “Yes! Vanaf vandaag ben ik echt een middenbouwer! Moet je kijken hoe groot ik er al uitzie, mama!”

Via mijn smartphone kijk ik naar haar en klik wel tien foto’s achter elkaar, om elk moment van deze eeuwigdurende milliseconde vast te houden.
Ik slik iets weg.
Wat ziet ze er groot uit, en wat is ze nog klein.

“Hoi! Gaan we samen naar binnen?”, vraagt een jongetje uit haar klas. Het is speelgoeddag vandaag, en hij heeft een plastic geweer en een plastic zakmes mee. Het Meisje heeft een zelf gekleid eenhoornpopje en een klein beertje mee, haar Troostbeertje noemt ze die.

Ik kan haar nog net aan haar mouw pakken voor een vluchtige kus.
Samen hollen ze naar binnen. Haar staartjes gaan vrolijk op en neer, ze kijkt niet op of om.

Ik slik weer iets weg.
Als ik in de regen het schoolplein afloop, het bruggetje over, naar de auto, slik ik niks meer weg. Ik ben toch al nat.