Als een mens sterft, wat sterft er dan nog meer? Niet alleen stopt een leven, en blijven geliefden achter net een groot gat aan verdriet en later misschien ook dankbaarheid voor het leven dat geleefd is, ook stopt een toekomst met nog te maken herinneringen, als een verhaal met een open einde.

Als we echt een lichaam van Christus zijn, wat gebeurt er dan met dat lichaam als er leden wegvallen? De afgelopen week zijn er vier mensen uit mijn eigen gemeente overleden. De gemeente waar ik opgegroeid ben, de gemeente die een Thuis is voor mij. Deze mensen waren al jarenlang lid toen ik geboren werd, ze waren en zijn voor mij vertrouwde gezichten. Ze leven voort in mijn gedachten.

En nu, nu er vier leden van dat lichaam weggevallen zijn, voel ik me ook geamputeerd. Het wegvallen van geliefde mensen doet ook de herinnering weer oplaaien van vorige verliezen.

Vertrouwde gezichten. Mensen die ik kende, sommigen een beetje, anderen beter, en weer anderen leerde ik steeds beter kennen. Iconische mensen, geweldige mensen, mensen met een verhaal, met een gezin, mensen die gemist worden.

Maar hun namen hoor ik maar zelden terug op zondagochtend. Ik mis het om hun namen te noemen: Ed, Jeroen, Willem, Puck, Bouwien, Lies, Kees en Hannelore, Bert en Els en zo zijn er nog veel meer namen. Ik mis het om het over ze te hebben, te vertellen: weet je nog van toen?

Ze zijn er niet meer, maar ze bestaan nog. Ze bestaan in mij, in mijn herinnering, in mijn hart.  Ze zijn belangrijk voor mij, ze maken deel uit van mijn herinnering. Bestaan ze dan nog? Ook al zijn ze lichamelijk niet meer bij ons, zijn ze nog deel van onze gemeente, onze geloofsgemeenschap? Voor mij wel. Kon ik het ze maar zeggen.

Bij de Evangelische Broedergemeente gaan ze op een bijzondere manier om met overleden broeders en zusters. Overleden leden krijgen allemaal dezelfde grafsteen, omdat elk mens gelijk is in de ogen van God. De mensen worden slechts één hoog begraven. Dus niet samen met familie. De zuster- en broederband is bij hen sterker dan de bloedband. Begrafenissen zijn een onderdeel van de liturgie, vanuit de gedachte dat de dood is overwonnen, want de Heer is opgestaan. Ze zijn allemaal lid van één gemeente: zij in de hemel, de levenden nog op aarde.

Dat vind ik zo’n prachtig idee, zo’n mooi beeld. Je blijft dus lid, ook al ben je niet meer lichamelijk aanwezig. Ik stel me zo voor dat er zich een geloofsgemeenschap in de hemel (voor zover ik daar in geloof) bevindt, waar ze allemaal bij elkaar zijn. Waar ze meevieren, mee gedenken, herinneringen ophalen in de tijd dat ze nog op aarde waren. Waar ze met elkaar de mensen missen die nog op aarde zijn, en elkaar tot steun en troost zijn, zoals wij dat zijn om hen.

Het staat ver van mijn eigen behoorlijk abstracte geloof af, maar toch vind ik het een troostend beeld. Zo leven ze voort. Deel van het geheel.