Ik doe even of ik bij de dokter zit hoor, want ik moet even zeuren.
Ik: “Dokter, Ik ben zo moe. Ik slaap niet goed en heb zo vaak hoofdpijn. Ik kan mijn draai maar niet vinden, en ik heb steeds minder zin in de dingen. Alles kost me zoveel energie en mijn humeur is ook niet wat het kan zijn. Wat mankeer ik toch?”
Dokter: “Ervaart u stress op het werk,? Is thuis wel alles goed? Eet u wel gezond? En sport u wel geregeld?”
Ik: ” Nou, nee, ja, meestal wel en ja”.
Er is dus niet echt een lichamelijke reden waarom ik me met enige regelmaat zo voel.

Daarom probeer ik nu periodes van mijn moe zijn te bestrijden door te mediteren, stil te worden, te sporten, mensen te ontmoeten, en andere Viva-en-Happinez-tips om me beter te voelen, maar het effect laat te wensen over. Sterker nog, het geeft me juist het gevoel dat ik nog meer moet dan ik al moet (van mezelf). Het liefste kruip ik op die momenten mijn bed in met de deken over mijn hoofd, heerlijk. Geen gezeur, geen verantwoordelijkheid, geen taken, geen stofzuiger of vaatwasser die wacht, geen verwachtingen. Alleen ik met mijn gedachtenspinsels en dagdromen.

Misschien is het alleen maar slaapgebrek en moet ik eens vroeg mijn bed in. Jammer genoeg neem ik me dat al zo ongeveer een jaar voor, maar op een of andere manier komt dat er nooit van.

Mijn dag begint sowieso pas na 11.00 uur ’s ochtends, maar na 20.00 uur wordt het pas echt leuk. Dan komen de goeie ideeën, de energie, het plezier, alles wat ik overdag te kort kom. Feitelijk gezien heb ik dan dus maar 2-3 uur een echt productieve dag (een dag waar ik voor mijn gevoel ook alles uit kan halen), want slapen is een onoverkomelijk euvel, aangezien de wekker van twee jaar oud de volgende ochtend weer om 07.30 uur afgaat en mij wakker roept: “Maaaa-maaaaa!!”

Gelukkig ben ik wel weer een stap dichter bij de oplossing van dit terugkerende probleem en is het niet zo ernstig met me gesteld als ik soms denk. Na een gesprek met een vriend van me, ben ik erachter in welke richting ik het zou kunnen zoeken. De klachten die me soms overvallen, lijken op klachten van overspannen zijn. Hij heeft daar ook last van, maar dan wel een groot aantal stappen erger. Hij kreeg in eerste instantie de diagnose burn-out. Heftig!

Middenin zijn burn-out leerden we elkaar kennen. Een energieke, grote man, met veel ideeën en ambitie. Gevoelig, intelligent, niet verlegen, heel creatief en met veel humor. We lijken op elkaar en we snappen elkaar gewoon. Wat een zegen! Zo lekker is dat. Samen wandelen we af en toe en praten over ideeën, projecten en geloof. Allebei theologie gestudeerd, ook zo ‘toevallig’(niet dus). Een man die altijd wel bezig is, is het niet in zijn hoofd, dan wel op het podium, of buiten. Alle radartjes draaien continue bij hem, zoals ze ook altijd bij mij draaien. Situaties, teksten, muziek en verhalen worden met elkaar in verband gebracht, het een komt met het ander bij elkaar en zo ontstaan er prachtig gelaagde creaties. Bijvoorbeeld in zijn functie als theaterdominee.

Voor iemand die op die manier in elkaar zit, lijkt een project als waar hij in zat op het moment van burn-out helemaal niet zo ingewikkeld of ‘te veel’. Dat vond zijn vrouw ook en zij stelde hem de briljante vraag: “Heb je niet een bore-out in plaats van een burn-out?”

Ja. Dus. Dat. Hij vertelde dit toen ik hem aan de telefoon had en ik wist: ze heeft gelijk. En meteen: daar herken ik elementen van! Een bore-out. In plaats van overprikkeld zijn onderprikkeld zijn. Ja hoor, herkenbaar. Maar niet op alle vlakken. Ik lijk soms wel last te hebben van de achtbaan overprikkeld-onderprikkeld-overprikkeld-onderprikkeld. Of om in het jargon te blijven: burn-out – bore-out – burn-out – bore-out. Met dat inzicht ben ik veel ellende voor denk ik. Mijn wezen trekt aan de bel en waarschuwt me: niet inkakken, Maaike. Kies met wijsheid waar je energie naartoe gaat. En dat is dus niet in het gepieker, niet in de illusie dat ik alles alleen hoef te kunnen en te weten en ook niet in de verwachting dat ik op alle vlakken hoef te excelleren.

Dokter: “Mevrouwtje, ik zou maar eens rustig aan gaan den, want zo te horen stevent u af op een burn-out”.
Nog rustiger aan kan bijna niet.
Ik: “Dokter, zou het een bore-out kunnen zijn? De klachten die ik beschrijf heb ik in toenemende mate sinds ik ben afgestudeerd”.
Dokter: “Nou mevrouwtje…ik zou het niet weten. Weet u wat, kijk het even aan en neem een paracetamolletje. Dan moet het met een weekje of twee wel over zijn”.

Zo werkt het natuurlijk niet. Want de klachten zijn er gewoon. Ze komen en ze gaan en gelukkig ben ik niet stilgelegd. Maar toch is het iets om serieus te nemen. Die bore-out en die burn-out: ze zijn allebei niet welkom.
Sinds mijn afstuderen mis ik iets. Input, intellectuele uitdaging, geprikkeld worden op een bepaalde manier. Ik mis de discussies, de deadlines en de papers. Ik mis de diepgang en het academische geneuzel. Ik mis medestudenten, sparringpartners. En ik mis het om ergens deel van uit te maken. Met elkaar iets neerzetten wat voor anderen van waarde kan zijn.

De achtbaan vraagt van me dat ik een smalle lijn bewandel, waar de balans ligt te wachten. Enerzijds energie sparen waar dat kan, anderzijds energie op doen waar dat mogelijk is. Energie opdoen heeft voor mij niet persé te maken met minder doen, maar wel met mijn interesses respecteren, en mezelf te stimuleren weer wat op te pakken waar ik blij van word. Waar werd ik nou ook alweer blij van? Theater maken en beleven, del uitmaken van een team, me laten raken door kunst en muziek, één op één ontmoetingen met bijzondere mensen, de zee, creëren.

Waar word jij blij van?