“Het is gewoon nog even aanmodderen” zei mijn liefste tegen me.
We zitten samen op deze zwoele voorzomer avond op de schommelbank in onze fijne tuin. Onze kleine meid zit te tekenen aan de tuintafel.
Ik voel me verloren, en ontheemd. Het leven lijkt langs me heen te glijden. Al anderhalve maand maak ik voor mijn gevoel geen normaal deel meer uit van mijn eigen leven; alles is zo anders.
Wat een dramatische uitspraak. Als het zo op papier staat denk ik: stel je niet zo aan.

Maar ik stel me niet aan. Ik zit in de overlevingsstand sinds ik begonnen ben in mijn nieuwe baan. Een droombaan, met een team fijne collega’s, afwisselend en uitdagend werk, waarin ik veel bijzondere mensen ontmoet. Maar het is flink wennen. Plotseling ben ik een volwassene met een volwassen baan. Verantwoordelijkheden, papierwerk, diplomatie, grensbewaking, energieverdeling. Mijn levenservaring tot nu toe moet plots in sterk geconcentreerde vorm worden toegepast en dat vreet energie.

Mijn vrienden lijken uit een ander tijdperk te komen. Het tijdperk waarin ik ze nog eens zag of sprak en ik wist hoe het met ze ging. Dat lijkt jaren geleden. Mijn hoofd, hart en handen zijn helemaal in beslag genomen door die baan, die prachtig mooie baan, waar ik anderhalf jaar op leek te hebben gewacht.
“Het is gewoon nog even aanmodderen”.

Ik moet zo wennen aan het ritme, de energie die het me kost, de contacten die ik nu niet onderhoudt, de kopjes koffie die ik nu niet kan drinken, de gesprekken die ik mis. Het werk dat blijft liggen, de projecten waar ik niet aan toe kom.

Daartegenover staat dat Mensenwerk, dat contact dat je opbouwt, de klik die er is, de blik van een ander, dat ene woord dat ik zeg, wat iemand nu net nodig had. De aandacht en de tijd voor die ander, zonder verwachting, en zonder oordeel, alleen nieuwsgierigheid. De trainingen, de uitwisseling, het delen van ervaringen met collega’s, het leren van elkaar. Het voorbereiden van vieringen, gesprekskringen, het schrijven van beleid en het denken over ethiek.
Het voedt me, ik zou niet anders willen, maar ik zou zo graag willen dat het over een half jaar was. Over een half jaar kijk ik terug en denk ik: och ja, toe was ik zo aan het aanmodderen. Maar het was nodig, dat hoort erbij als je ergens moet wennen. Dus pas ik me aan, met mijn nieuwe mantra…
”Het is gewoon nog even aanmodderen”.